(Gezins)Behandeling
De behandeling bestaat uit de volgende activiteiten:
- Tijdens het eerste contact van ± 60 tot 90 minuten met het kind en de ouder(s): het aanmaken van het dossier en het uitvoeren van een diëtistisch onderzoek, waaronder het berekenen van de energiebehoefte en het opstellen van het behandelplan.
- Na of tijdens het (eerste) contact stelt de diëtist een individueel dieetvoorschrift De tijd die de diëtist hieraan besteedt wordt ook gedeclareerd. Onder een individueel dieetvoorschrift wordt verstaan: diëtistische diagnosestelling, oftewel het analyseren van gegevens en het opstellen van een dieetadvies.
- Uitvoeren van de behandeling. Vervolgcontact met het kind en de ouder(s) tijdens individuele contacten, huisbezoeken of via telefonisch of e-mail contact, waarbij de diëtist rapporteert aan de verwijzend arts en indien nodig overlegt met de omgeving.
- Evaluatie van de resultaten en doelstellingen van de behandeling tijdens het vervolgcontact met het kind en de ouder(s).
- Beëindigen van de behandeling tijdens het eindcontact met het kind en de ouder(s), waarbij de diëtist een eindrapportage aan de verwijzend arts schrijft.
De behandeling is daarnaast zoveel mogelijk evidence-based door het toepassen van de Dieetbehandelingsrichtlijnen. Het Handboek Dieetbehandelingsrichtlijnen verschijnt sinds 1997. De Richtlijnen beschrijven de standaardprocessen die diëtisten dienen te doorlopen bij iedere dieetbehandeling. De redactie hanteert bij de totstandkoming van de Richtlijnen zo veel mogelijk het principe van het evidence-based handelen en sluit aan bij de criteria die door het CBO (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg) zijn ontwikkeld.
Om de mogelijke aanwezigheid van ARFID te signaleren wordt de Short ARFID Screen (SAS) vragenlijst gebruikt, of de Nine-Item ARFID Screen (NIAS) wordt ingezet om ARFID-symptomen bij jongeren te monitoren.
De PARDI-AR-Q is een zelfrapportage-vragenlijst over de symptomen van ARFID en is gebaseerd op het Pica, ARFID en Ruminatiestoornis Interview (PARDI). Deze wordt gebruikt om een waarschijnlijkheidsdiagnose van ARFID te stellen.
Met de Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag Kind (NVE-K) kan worden nagegaan in hoeverre lijngericht, emotioneel en extern eten bij iemand voorkomt waarbij ook het risico op overgewicht met dit instrument voortijdig kan worden gesignaleerd.
De screeningslijst Risicofactoren Eetstoornis bij Obesitas (REO) voor jeugdigen met een te hoog gewicht wordt gebruikt om informatie te krijgen over het mogelijk aanwezig zijn van een eetstoornis, depressie en/of impulsiviteit.
De Energiebalk, van Tools4Kids, wordt gebruikt om de energie-inname en de energiebehoefte in één oogopslag inzichtelijk te maken. Deze is geschikt voor kinderen van 4 tot 18 jaar. De energiebalk geeft de energiebehoefte in percentages van de totale behoefte weer. Er wordt niet gewerkt met kilocalorieën (kcal). Gemiddeld wordt 55% van de energiebehoefte bepaald door de ruststofwisseling. Normale beweging volgens de norm is ± 43% van de behoefte. Voor de groei is 2% nodig.
De Stippencoach, voorheen Happy Weight Stippenplan, wordt vaak tijdens de dieetbehandeling van het kind met een te hoog gewicht toegepast. De methode bestaat uit de onderdelen: energiebeperking, gedragsverandering, lichaamsbeweging en samenwerking met de ouder(s) en de omgeving. De methode is effectief en leuk om te doen.





